Waarneming en Verslaglegging

Een boa dient voor diverse doeleinden een schriftelijk verslag te maken van zijn waarnemingen. Dit verslag kan worden gebruikt voor het opmaken van een proces-verbaal, een proces-verbaal van bevindingen, een interne of externe (bestuurlijke) rapportage of mutatie.

Het is hierbij van belang dat hij doelgericht en effectief waarneemt en de relevante waarnemingen correct vastlegt. Zijn verslag kan de basis zijn voor een (eventueel) opsporingsonderzoek, een tenlastelegging, of ter informatie dienen voor de interne organisatie of ketenpartners waar hij mee samenwerkt.

In dit examen toont de kandidaat aan dat hij effectief kan waarnemen en zijn waarnemingen objectief kan beschrijven in een chronologische volgorde van de gebeurtenissen. Hij gebruikt hierbij de 7 W’s, zodat een derde een zo nauwkeurig mogelijke weergave leest van dat wat heeft plaatsgevonden.

Duur en opzet examen

Het schriftelijke examen duurt 80 minuten. De kandidaat legt het examen digitaal af in een gecertificeerd CBT-lokaal. Het examen kent drie fasen:

a. Schriftelijke briefing: uitleg over de aanleiding, de context van de situatie, de opdracht en de tijdsduur van het examen.
b. Film: De kandidaat krijgt tweemaal de film (max 3,5 minuten) te zien, met een tussenpauze van 2 minuten. De kandidaat maakt tussendoor aantekeningen.
c. Verslaglegging: De kandidaat noteert zijn bevindingen in het examensjabloon.

Casussen

De kandidaat kan in de examenfilm de volgende situatie(s) tegenkomen:

  • Daklozen
  • Ondermijning

NB: Deze lijst kan worden aangevuld. ExTH zal vanaf 4 weken na publicatie van nieuwe casussen deze toevoegen aan de examinering.

Beoordeling

De beoordeling bestaat uit twee delen. U kunt maximaal 40
punten behalen voor een aantal algemene beoordelingscriteria. Daarnaast kunt u
maximaal 60 punten behalen voor de waarnemingen. Voor iedere examenfilm zijn de
waarnemingen onderverdeeld in: de aanvangssituatie, de gebeurtenissen en de
specificaties. Per film is bepaald hoe die 60 punten zijn verdeeld over de
aanvangssituatie, de gebeurtenissen en de specificaties.  

Om te slagen voor het examen moet u minimaal 70 van de 100
punten behalen én u moet voor ieder afzonderlijk onderdeel (aanvangssituatie,
gebeurtenissen en specificaties) minimaal 50% van het maximumaantal punten
behalen.
 
Bij een score van 85 punten of meer behaalt u een ‘goed’.   

Cesuur

De kandidaat behaalt het examen als hij minimaal 70 van de 100 punten scoort. Bij een score hoger dan 85 punten behaalt de kandidaat een ‘goed’. 

Klik hier voor algemene praktische informatie over de procedure rondom het examen.