Bejegening Domein IV

Personen aanspreken op gedrag is de laatste jaren steeds moeilijker geworden. Autoriteit is niet meer vanzelfsprekend, mensen worden steeds mondiger en zijn beter op de hoogte van hun rechten.

De boa heeft een vriendelijke, behulpzame instelling. Hij is standvastig, straalt rust en overwicht uit, is stressbestendig, weerbaar en heeft relativeringsvermogen. Zijn houding en gedrag zijn integer, respectvol, gedisciplineerd, correct en de-escalerend waardoor corrigerend of confronterend optreden zo weinig mogelijk irritatie oproept.

In dit examen toont de kandidaat aan dat hij in verschillende situaties met divers reagerend publiek professioneel, effectief en de-escalerend kan omgaan.

Door de wijze van bejegening voelt de burger zich gehoord en gezien waardoor de emotie zakt. De beoordeling is derhalve niet gericht op het toepassen van bevoegdheden, maar op een correcte bejegening door inzet van de juiste communicatieve vaardigheden.

Duur en opzet van het examen

Het examen duurt 30 minuten en wordt op video opgenomen. 
De kandidaat legt dit examen individueel af en krijgt in twee casussen te maken met een reactie van de reiziger/persoon/verdachte waarop hij gepast moet reageren. De rollenspeler beperkt zich in zijn reactie tot a- en b-gedrag. De kandidaat wordt specifiek beoordeeld op de wijze waarop hij communiceert met burger c.q. verdachte.

Beide casussen starten met een briefing over de betreffende casus. De briefing wordt mondeling gegeven en schriftelijk aan de kandidaat voorgelegd zodat hij mee kan lezen. Tijdens de briefing mag de kandidaat aantekeningen maken.

Casus en beoordelingsmodellen

Casus 1: Aanwijzing

De kandidaat geeft uit hoofde van zijn boa-functie de reiziger/persoon een aanwijzing die de reiziger/persoon om uiteenlopende redenen in eerste instantie niet wil opvolgen. Door inzet van juiste communicatieve vaardigheden volgt de reiziger/persoon de aanwijzing op zonder dat de situatie escaleert.

De mogelijke aanwijzingen in Casus 1 zijn:

Organisatie

Onderwerpen 

OV 

Bedelen in een vervoermiddel 
Vervuiling op het perron

ProRail

Blokkade vanwege Plaats-delict  
Zich bevinden op een niet toegankelijk deel van het station

Casus 2: Strafbaar feit
De kandidaat reageert adequaat en professioneel op primaire emotie van een verdachte direct na aanzeggen proces-verbaal (bijv. verbazing, ongeloof, ontkenning, boosheid) waardoor deze kalmeert.

De casus stopt als de verdachte zijn/haar ID-bewijs overhandigt ten behoeve van het opmaken van het proces-verbaal.

De mogelijke strafbare feiten waarvoor proces-verbaal aangezegd wordt in Casus 2 zijn:

Organisatie 

Onderwerp 

OV 

Geluidsoverlast in een vervoermiddel 
Roken in een vervoermiddel

ProRail 

Negeren rode knipperlicht op een overweg 
Lopen langs de hoofdspoorweg

Cesuur

De kandidaat haalt een voldoende voor dit examen als hij beide casussen met een voldoende afrondt. Bij een herkansing legt de kandidaat het volledige examen opnieuw af.

Beoordeling

De kandidaat krijgt punten per beoordelingscriterium. Hij kan 1, 2 en of 3 punten behalen.
  • 1 punt betekent dat de kandidaat dit criterium nog niet op voldoende niveau laat zien
  • 2 punten betekent dat de kandidaat het criterium op voldoende niveau laat zien
  • 3 punten betekent dat de kandidaat dit punt meer dan voldoende laat zien.

De kandidaat ontvangt 3 werkdagen na het examen de uitslag per mail. Deze uitslag is voorzien van een toelichting op de beoordeling.

De exameneisen van dit examen vindt bij de examendocumenten.

Klik hier voor algemene praktische informatie over de procedure rondom het examen.